0

Eetdagboek van Abdelkarim El-Fassi

Onze teamcaptain, Abdelkarim El-Fassi, van de Tweede Generatie van Nacht van de vluchteling, de man achter, mijn vader, de expat, heeft voor ons een eetdagboek bijgehouden. 

abdelkarim el fassi

De (ba)tatta generatie

Vroeger toen ik in Zeeland woonde werd ik niet voor niets botje genoemd. Ik was superslank en kon werkelijk alles eten zonder aan te komen. Tijdens het avondeten – ik kom uit een gezin van negen kinderen – hamsterde ik vaak vissticks. Niet van kapitein IGLO, die kende ik alleen van de TV.

We hadden toen een houten tafel met een schuifla en daar wist ik dan geniepig een voorraadje in te krijgen. Dat wordt nog weleens tegen me gebruikt door mijn zussen op verjaardagsfeestjes; “Wisten jullie dat Abdelkarim vroeger eten van ons jatte”, waarop het hele gezelschap reageert: “Echt? Abdelkarim? Dat kan ik me niet voorstellen..”

Het is dus echt waar. Maar ik ging dan ook nooit met een lege maag naar bed. Het is weleens voorgekomen dat ik een week later een visstick in mijn zak aantrof. Ik heb altijd van eten gehouden. Als ik één van de weinigen in het gezin kwam ik nooit aan. Dat kwam ook doordat ik fanatiek voetbalde. Mijn pa zag daar vroeger het nut niet van in.

Als ik nu terugkijk op het voorgeschotelde eten uit mijn kinderjaren dan kan ik dat onmogelijk romantiseren. Ik denk dat ik samen met mijn broers en zussen (en alle andere NL’se Marokkanen uit de wijk) goed was voor een paar honderd kilo patatconsumptie per, tsjah, uhhh, week? We kregen ze net niet als ontbijt, maar vrijwel elke lunchpauze was het raak. Friet. Ik had als kind al veel empathie voor dingen. Ik had bijvoorbeeld medelijden met de frituurpan. We hadden geen elektrische, maar gebruikten een gewone pan. Die was na een tijdje zo zwart als roet. Als ik het gezegde “de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet” hoor, dan denk ik meteen aan die frituurpan.

Hoe zou het met hem zijn?

Nog zoiets. We gingen niet naar de supermarkt voor aardappelen maar direct naar de bron: de boer. Daar kochten we enorme joekels jute zakken aardappelen die mijn broers en ik moesten dragen. We kregen werkelijk elke dag friet te eten, in van die bruine koffiefilters. Daar ging dan enorm veel mayonaise en curry overheen. Menig vriendje was daar trouwens jaloers op.

abdelkarim el fassi-5

Momenteel woon ik in Rotterdam, in Delfshaven. Een achterstandswijk met meer patatzaken dan speelruimte. Soms zit ik op het bankje voor mijn huis, en zie ik dikke kindjes met enorme puntzakken friet langslopen en ergens vind ik dat een gek gezicht. Ik stelde een keer iets voor tijdens een feestje bij mij thuis. We zaten met 20 vrienden in mijn woonkamer en ik deed een pleidooi voor een frietpas die alleen uitgereikt kon worden aan kids die een patatje wél konden hebben. Ik word tot op de dag vandaag uitgelachen om dat idee. 

Ergens snap ik dat wel, wie ben ik om te bepalen wat een kind te eten krijgt? Daar horen de ouders alleen over te gaan toch, ook al die snappen die werkelijk niets van voeding. En tsjah, soms is dat het enige wat ze kunnen betalen. Goedkoop, ongezond voedsel.

abdelkarim el fassi-4

Soms vraag ik mijn moeder nog weleens naar vroeger, of we het breed hadden. Dan schudt ze meteen een aantal anekdotes uit haar mauw die de situatie van toen beschreven. We hadden het ook niet breed en bezuinigden dus ook op eten. Soms kregen we gerecycled brood in een papje te eten. Arfies. En friet. Heel veel friet dus.

abdelkarim el fassi-2

Wat ben ik blij dat ze zich nu wel alles kan veroorloven en mij – als ik haar bezoek in Zeeland – op liefde uit de Marokkaanse keuken kan trakteren. En daar horen zo nu en dan ook frietjes bij. Uiteraard, gecombineerd met Marokkaanse kip uit de oven.

abdelkarim el fassi-1

 

Abdelkarim El-Fassi

Volg Abdelkarim op Twitter, Instagram en Facebook.